• Alle leasevormen & merken

  • Binnen 2 minuten je lease geregeld

Man steekt stekker laadkabel in auto bij laadpaal

Kosten & financieel

Zaterdag 28 februari 2026 - Geschreven door Thomas Tuinstra

Dit artikel is onderdeel van onze informatiecollectie over Kosten & financieel

Laatst bijgewerkt: 23 april 2026

Pseudo eindheffing: wat betekent de regeling voor de zakelijke auto?

De pseudo eindheffing is een nieuwe werkgeversheffing voor zakelijke auto’s met uitstoot. De regeling is opgenomen in het Belastingplan 2026, is gepubliceerd in het Staatsblad op 23 december 2025 en treedt in werking op 1 januari 2027. Kort gezegd: stelt een werkgever vanaf 2027 een fossiele personenauto ter beschikking aan een werknemer voor privégebruik of woon-werkverkeer, dan moet de werkgever daar extra loonheffing over betalen.

Voor veel zakelijke rijders klinkt dit als “nog een regel erbij”. Toch is het belangrijk om goed te zien wat deze regeling wél en niet doet. De pseudo-eindheffing is geen belasting die rechtstreeks bij de werknemer wordt geheven. Het is een extra heffing aan de kant van de werkgever, naast de gewone regels voor bijtelling en loonheffingen.

In dit artikel lees je hoe de regeling werkt, voor wie zij geldt, wat het verschil is met bijtelling, en wat dit betekent voor MKB, zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel), werknemers, werkgevers en het kiezen van een elektrische auto zakelijk.

Wat is de pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing is een extra belasting binnen de loonheffing. In de wet staat dat de waarde van een fossiele personenauto die door een werkgever ook voor privédoeleinden ter beschikking wordt gesteld, wordt belast tegen een tarief van 12%. Voor deze regeling wordt woon-werkverkeer ook gezien als privégebruik.

Dat is meteen een belangrijk punt. Bij de gewone bijtelling van een auto van de zaak telt woon-werkverkeer normaal juist als zakelijk. Voor de pseudo-eindheffing is dat anders. Daardoor kan er straks een situatie ontstaan waarin een werknemer geen of weinig bijtelling heeft, maar de werkgever toch pseudo-eindheffing moet betalen. Dat is precies een van de opvallendste verschillen in deze regeling.

Het doel van de regeling is duidelijk: de overheid wil dat werkgevers vanaf 2027 vooral nog volledig emissievrije auto’s aanbieden als een auto ook privé of voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Volledig elektrische auto’s vallen daarom niet onder deze pseudo-eindheffing. Auto’s op benzine, diesel en ook hybride aandrijving vallen er wel onder als zij niet volledig uitstootvrij zijn.

Is de pseudo eindheffing auto al definitief?

Ja. De regeling is niet meer alleen een plan. Zij is als onderdeel van het Belastingplan 2026 vastgesteld en gepubliceerd in Staatsblad 2025, 444. In de wet is ook vastgelegd dat deze nieuwe bepaling in de Wet op de loonbelasting 1964 ingaat op 1 januari 2027.

Dat is relevant voor zoekopdrachten zoals “pseudo eindheffing auto 2027”. Wie daarop zoekt, zoekt meestal niet naar een vaag beleidsidee, maar naar een regeling die al wettelijk is vastgelegd en die bedrijven nu al kunnen meenemen in hun mobiliteitsbeleid, leasecontracten en personeelskosten voor 2027 en daarna.

Hoe werkt de regeling in de praktijk?

De hoofdregel is simpel. Stelt u als werkgever vanaf 1 januari 2027 een fossiele personenauto ter beschikking aan een werknemer, en mag die werknemer daar ook privé of voor woon-werkverkeer mee rijden, dan betaalt u 12% pseudo-eindheffing per jaar over de waarde van die auto. Bij auto’s tot en met 25 jaar oud gaat het in de praktijk om de cataloguswaarde. Bij auto’s ouder dan 25 jaar wordt uitgegaan van de waarde in het economische verkeer.

De wet is hierbij streng in de afbakening. Een auto geldt als fossiel als uit het kentekenregister niet blijkt dat de CO2-uitstoot 0 gram per kilometer is. Daardoor vallen ook hybride auto’s onder de regeling als zij niet volledig emissievrij zijn. De regeling ziet bovendien specifiek op personenauto’s. Dat is dus niet automatisch hetzelfde als elke bestelauto of bedrijfswagen.

De afdracht loopt via de aangifte loonheffingen. Werkgevers kunnen die heffing in één keer na afloop van het jaar berekenen en aangeven, of tijdens het jaar verspreid afdragen. Daarbij geldt dat alleen de maanden meetellen waarin de auto ter beschikking stond, maar de wet rekent een deel van een kalendermaand wel als een hele maand.

Een eenvoudig rekenvoorbeeld

Neem een nieuwe zakelijke benzineauto met een cataloguswaarde van € 30.000. Dan is de pseudo-eindheffing 12% van € 30.000 = € 3.600 per jaar, oftewel € 300 per maand als de auto het hele jaar onder de regeling valt. Dat is een extra werkgeverslast boven op de gewone autokosten.

Voor een MKB-bedrijf met drie nieuwe fossiele leaseauto’s van elk € 40.000 komt de heffing uit op € 14.400 per jaar. De rekensom is dan 3 × 12% × € 40.000. Daarmee wordt snel zichtbaar waarom deze regeling het wagenparkbeleid van werkgevers kan beïnvloeden.

Voor wie geldt de pseudo-eindheffing?

De regeling geldt voor werkgevers die een zakelijke auto met uitstoot aan een werknemer aanbieden en die auto ook laten gebruiken voor privéritten of woon-werkverkeer. Ondernemersplein noemt daarbij expliciet ondernemers met een eigen wagenpark, operatonal lease en financial lease auto’s voor werknemers.

Voor het MKB is dat dus direct relevant. Heeft een klein of middelgroot bedrijf personeel met een auto van de zaak, dan kan deze heffing gewoon spelen. De grootte van het bedrijf maakt voor de regel zelf niet uit. Wel heeft het kabinet in de toelichting gezegd dat kleine werkgevers de pseudo-eindheffing ook via hun gewone loonadministratie of salarisverwerker kunnen laten afhandelen.

Voor zzp’ers zonder personeel is het beeld anders. In de parlementaire toelichting staat uitdrukkelijk dat deze heffing niet van toepassing is op de IB-ondernemer die een auto uit het ondernemingsvermogen aan zichzelf ter beschikking heeft. De reden is dat hier geen werkgever-werknemerrelatie is. Een zzp’er zonder personeel krijgt dus niet met deze specifieke pseudo-eindheffing te maken voor de eigen zakelijke auto.

Een IB-ondernemer met personeel kan er wél onder vallen zodra hij of zij een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt voor privédoeleinden. En voor een directeur-grootaandeelhouder (DGA) met een bv ligt het volgens de kabinetsstukken anders dan voor de zzp’er zonder personeel: die groep wordt wél tot de doelgroep van de pseudo-eindheffing gerekend.

Voor werknemers geldt dat zij deze heffing niet zelf afdragen als aparte belasting. De pseudo-eindheffing zit aan de kant van de werkgever. Dat neemt niet weg dat werknemers de gevolgen wel kunnen merken, bijvoorbeeld doordat een werkgever minder snel een benzine-, diesel- of hybride auto aanbiedt, of doordat het leasebeleid strakker wordt. Die laatste stap is een logische uitwerking van de regeling, geen aparte wettelijke regel.

Pseudo eindheffing auto 2027: wanneer wel en wanneer niet?

De pseudo eindheffing auto 2027 geldt wel als aan drie voorwaarden is voldaan: er is sprake van een werkgever, van een fossiele personenauto, en van privégebruik of woon-werkverkeer door een werknemer. Wordt een nieuwe benzine-, diesel- of hybride auto vanaf 2027 onder die voorwaarden ingezet, dan ligt de heffing in beeld.

De regeling geldt niet voor volledig emissievrije personenauto’s. Een elektrische auto die in het kentekenregister op 0 gram CO2 per kilometer staat, valt dus buiten deze pseudo-eindheffing. Juist daarom wordt de regeling vaak gezien als een extra fiscale prikkel om zakelijk elektrisch te rijden.

De regeling geldt ook niet als de fossiele personenauto alleen zakelijk wordt gebruikt en dus niet voor privéritten of woon-werkverkeer. In de parlementaire toelichting zegt het kabinet zelfs uitdrukkelijk dat het deze heffing niet wil opleggen als een auto alleen wordt ingezet om de organisatie goed te laten functioneren. In de praktijk betekent dat wel dat u dit goed moet kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld met een sluitende rittenregistratie.

Overgangsregeling: wat gebeurt er met auto’s die al vóór 2027 rijden?

Voor auto’s die een werkgever vóór 1 januari 2027 al voor het eerst aan een of meer werknemers ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. In de wet staat dat artikel 32bc tot 17 september 2030 niet van toepassing is op die auto’s. Ondernemersplein vat dat praktisch samen: voor zulke auto’s betaalt u vanaf 17 september 2030 alsnog de extra belasting.

Dat overgangsrecht is belangrijk voor lopende leasecontracten. Heeft een bedrijf in 2026 al een fossiele leaseauto lopen, dan valt die auto niet meteen vanaf 1 januari 2027 onder de nieuwe werkgeversheffing. Maar voor nieuwe auto’s die vanaf 2027 voor het eerst onder die voorwaarden worden ingezet, geldt de regeling wel direct.

Wat is het verschil tussen pseudo-eindheffing en bijtelling?

Dit is een punt waar veel ondernemers en werknemers door elkaar gaan halen wat wat is.

Bijtelling is de fiscale correctie voor de werknemer of ondernemer als een auto van de zaak ook privé wordt gebruikt. Bij meer dan 500 privékilometer per jaar ontstaat normaal gesproken bijtelling. Voor elektrische auto’s geldt nog een verlaagd tarief: op Ondernemersplein staat dat de bijtelling voor uitstootvrije auto’s in 2027 20% is, en in 2028 22%, waarbij dat lagere tarief in 2027 geldt voor volledig elektrische auto’s tot een cataloguswaarde van € 30.000. Voor het deel daarboven geldt het normale tarief.

De pseudo-eindheffing is juist een extra heffing voor de werkgever. Daarbij telt woon-werkverkeer als privégebruik, terwijl dat voor de gewone bijtelling niet zo werkt. Daardoor kan een werknemer in theorie geen bijtelling hebben, maar kan de werkgever tóch pseudo-eindheffing verschuldigd zijn. Dat is niet alleen theorie; in de parlementaire stukken wordt die mogelijkheid letterlijk genoemd.

Voor werknemers is dat een belangrijk verschil. De pseudo-eindheffing komt niet als apart bedrag op hun aangifte inkomstenbelasting terug. Maar hun werkgever kan wel kiezen voor een andere auto, een ander leasebudget of strengere regels rond privégebruik. Zo werkt de maatregel indirect door op de werkvloer.

En wat betekent dit voor zzp’ers?

Voor een zzp’er zonder personeel geldt deze pseudo-eindheffing dus niet voor de eigen auto. Dat betekent niet dat er geen fiscale regels meer zijn. Zo blijft de gewone bijtelling voor privégebruik van een zakelijke auto wel gewoon bestaan, en verandert ook de youngtimerregeling. Maar de specifieke pseudo eindheffing auto is gekoppeld aan een werkgever-werknemerrelatie.

Voor zzp’ers die groeien en personeel aannemen, verandert dat beeld. Zodra u werknemer(s) heeft en aan hen een fossiele personenauto voor privégebruik of woon-werkverkeer beschikbaar stelt, komt de regeling wel in zicht. Vanaf dat moment kijkt de Belastingdienst niet meer alleen naar u als ondernemer, maar ook naar u als werkgever.

Elektrische auto zakelijk: waarom wordt die interessanter?

De regeling is eigenlijk zo ontworpen dat een elektrische auto zakelijk aantrekkelijker wordt voor de werkgever. Volledig emissievrije auto’s vallen buiten de pseudo-eindheffing, terwijl fossiele personenauto’s er juist wel onder vallen. Dat maakt het kostenverschil tussen beide keuzes vanaf 2027 groter.

Voor werknemers is het beeld ook gunstiger dan bij een fossiele auto. Op Ondernemersplein staat dat uitstootvrije auto’s in 2027 nog een verlaagd bijtellingspercentage van 20% hebben, tot een cataloguswaarde van € 30.000. Daarmee blijft elektrisch rijden fiscaal nog steeds gunstiger dan volledig terugvallen op het algemene tarief.

Dat betekent niet dat een elektrische auto in elke situatie automatisch de beste keuze is. Zaken als laadmogelijkheden, actieradius, inzetpatroon en contractduur blijven meetellen. Maar door de pseudo-eindheffing wordt de vraag vanaf 2027 minder alleen: “wat kost de leaseauto per maand?” en meer: “wat kost deze auto totaal voor werkgever én werknemer?” Die laatste zin is een logische conclusie op basis van de fiscale regels.

Let ook op de youngtimerregeling vanaf 2027

Voor ondernemers die naar oudere auto’s kijken, speelt nog iets anders mee. Vanaf 2027 geldt de youngtimerregeling niet langer vanaf 16 jaar, maar pas vanaf 25 jaar. Auto’s tussen 16 en 25 jaar vallen dan dus niet meer onder de gunstige 35%-bijtelling over de waarde in het economische verkeer.

Dat raakt niet alleen de gewone ondernemer, maar ook veel DGA’s en IB-ondernemers die juist vanwege de lagere bijtelling voor een oudere zakelijke auto kozen. Voor wie nu rekent op een oudere fossiele auto als fiscaal slim alternatief, is het dus belangrijk om de pseudo-eindheffing én de versobering van de youngtimerregeling samen te bekijken.

Wat is verstandig om nu al te doen?

Voor zakelijke rijders en werkgevers is 2026 het jaar om vooruit te kijken. Heeft u nu al lopende fossiele leaseauto’s, dan is overgangsrecht belangrijk. Sluit u straks nieuwe contracten af voor 2027, dan moet u de extra werkgeversheffing meteen meenemen in de berekening.

Een praktische aanpak is meestal deze: kijk eerst welke auto’s echt nodig zijn, bepaal daarna of privégebruik of woon-werkverkeer onderdeel van de regeling moet blijven, en vergelijk pas daarna fossiel met volledig elektrisch. Juist bij die laatste stap wordt goed vergelijken belangrijker dan ooit, omdat de fiscale verschillen groter worden. Dat is een conclusie die direct volgt uit de nieuwe regels.

Conclusie

De pseudo eindheffing is vanaf 1 januari 2027 een nieuwe werkgeversheffing voor fossiele zakelijke personenauto’s die ook privé of voor woon-werkverkeer worden gebruikt. De heffing bedraagt 12% van de waarde van de auto, loopt via de loonheffing en geldt niet voor volledig emissievrije auto’s. Voor bestaande auto’s van vóór 2027 geldt overgangsrecht tot 17 september 2030.

Voor werknemers betekent dit vooral dat het leaseaanbod kan veranderen. Voor werkgevers en MKB-bedrijven betekent het dat fossiele auto’s vanaf 2027 duurder worden als secundaire arbeidsvoorwaarde. Voor zzp’ers zonder personeel geldt deze specifieke heffing niet voor de eigen auto, maar gewone bijtelling en andere fiscale regels blijven wel relevant.

Wie in 2026 of richting 2027 een zakelijke auto kiest, doet er daarom goed aan niet alleen naar maandlasten te kijken, maar ook naar bijtelling, gebruik, overgangsrecht en het verschil tussen fossiel en elektrisch. Juist dan helpt een onafhankelijke vergelijking van leasevormen en automodellen via Watkanikleasen.nl om een keuze te maken die ook op langere termijn past.

Medewerker van Watkanikleasen.nl in paars shirt

Geschreven door

Thomas Tuinstra

Thomas Tuinstra schrijft voor Watkanikleasen.nl over leasevormen, kosten, autofinanciering en mobiliteit. Door zijn ervaring bij gerenommeerde leasemaatschappijen en autobedrijven en zijn opleiding aan het IVA combineert hij branchekennis met praktijkervaring. Zo kunnen lezers rekenen op heldere, betrouwbare en goed onderbouwde uitleg over onderwerpen die vaak onnodig ingewikkeld worden gemaakt.

Bekijk auteurspagina